De initiële opleiding tot ambulancechauffeur omvat twee taakaccenten, te weten het medisch assisterend- en het vervoerstechnische gedeelte. Het medisch assisteren is geënt op het assisteren van de collega ambulanceverpleegkundige tijdens de zorgverlening aan de patiënt. De ambulanceverpleegkundige verricht de daadwerkelijke medische handelingen waarbij de ambulancechauffeur assisteert in het aanreiken en zonodig het handelingsgereed maken van materialen en medicamenten. Uiteraard wordt er tijdens de opleiding de nodige aandacht geschonken aan het vervoerstechnisch gedeelte. Het rijden met de ambulance vraagt een zekere rijvaardigheid, waardoor het vervoer van de patiënt verantwoord en comfortabel verloopt. De student volgt een rijvaardigheidstraining waarin ook het gebruik maken van ontheffingen op de verkeerswet en -regelgeving bij het rijden met optische en geluidssignalen aan bod komt. Als een ambulance met spoed moet rijden, brengt dit uiteraard een extra dimensie en voor de ambulancechauffeur vereiste rijvaardigheden met zich mee.