Studenten leren tijdens de initiële opleiding tot ambulanceverpleegkundige snel kritieke gezondheidsbelemmeringen te ontdekken en te behandelen. Naast het methodisch handelen is ook ruim aandacht voor niet-technische vaardigheden. Aan het einde van de opleiding is de student bekwaam om zelfstandig het vak ambulanceverpleegkundige uit te oefenen.
Wat leer ik?
- Protocollen en werkwijzen
- Kennisniveau
- Cliëntbegeleiding
- Digitale veiligheid
- Communicatie en samenwerking
- Informatie- en datageletterdheid
- Niveau van sociale vaardigheden
- Psychosociale begeleiding
- Spreekvaardigheid
- Doelgroepen
- Zorgaanbod
- Omgang met agressie
- Tiltechnieken
- Ontwikkelingen in de zorg
- Samenwerken
- Sensitiviteit
- Communiceren
- Eigenaarschap
- Zelfstandigheidsniveau
- Praktisch handelen
- Multidisciplinaire samenwerking
- Luistervaardigheid
- Cliënten administratie
- Integriteit
- Zorgvuldigheid
- Expertise
- Crisisopvang
- Coördineren van werkprocessen
- Veerkracht
- Verzorging
- Medische vaktaal en terminologie
- Flexibiliteit
- Leefstijlbeïnvloeding
- Samenwerking met publieke diensten
- Beleidsontwikkeling
- Kwaliteitsmanagement
- Verpleegtechnische- en medisch technische handelingen
- Gedragsproblematiek
- Patiëntveiligheid
- Procesoptimalisatie
- Risico's van medische apparataten
- Functieonderzoek
- Stervensbegeleiding en rouwverwerking
- SEH-verpleegkunde
- Basic Life Support (BLS)